“Het staat afgevinkt op de checklist, dus het is geregeld.”
De vertrouwenspersoon Ѵ.
Ik hoor het wel vaker. En ergens begrijp ik het ook. Organisaties hebben veel te regelen, en wet- en regelgeving vraagt steeds meer.
Maar een vertrouwenspersoon is geen vinkje. Het is ook geen rol die je ‘even’ invult omdat het moet. In de praktijk zie ik het verschil pas echt op het moment dat het spannend wordt. Wanneer een medewerker twijfelt, ergens mee zit of iets wil bespreken wat niet eenvoudig voelt. Dan gaat het niet over beleid, dan gaat het over vertrouwen.
In kleine organisaties wordt vaak gezegd dat alles bespreekbaar is. Vaak is dat ook zo en is de relatie met de eigenaar en het personeel super fijn. Die nabijheid is waardevol, maar het maakt het niet automatisch veilig om alles te delen. Omdat de lijnen korter zijn houden medewerkers soms zorgen, twijfels of spanningen voor zichzelf. Juist uit loyaliteit en de wens om de sfeer goed te houden.
Een vertrouwenspersoon biedt dan een onafhankelijke ruimte om gedachten te ordenen voordat ze een probleem worden. Daarnaast kan de vertrouwenspersoon helpen bij het ontwikkelen en aanscherpen van beleid rondom psychosociale arbeidsbelasting, zodat sociale veiligheid niet alleen wordt gevoeld, maar ook structureel geborgd.
Weet iemand de vertrouwenspersoon te vinden? Voelt het veilig genoeg om contact op te nemen? Is het duidelijk dat vertrouwelijkheid gewaarborgd is? Als het antwoord daarop niet volmondig ‘ja’ is, dan is het misschien wel geregeld, maar werkt het nog niet.
Hoe is dit binnen jullie organisatie ingericht?
Is het vooral geregeld met het Ѵ … of werkt het ook echt?